zondag 12 november 2017

Kortsluiting door overprikkeling

Kinderen* met autisme krijgen vaak te maken met meer prikkels dan ze aankunnen. Ze raken overspoeld door van alles en worden gespannen door stress. Het kind kan dan niet meer optimaal functioneren, het is overprikkeld.

Vanuit het 'prikkelgezichtspunt' kun je stellen dat kinderen met autisme te maken hebben met vier verschillende toestanden:

1. 'up'
Als alles soepel gaat, je kind voldoende uitgerust is en geen last heeft van teveel prikkels, dan kunnen ze het naar hun zin hebben en goed functioneren. Fijn!

Maar als er teveel op je kind afkomt (en dat hoeft niet alleen vanuit de buitenwereld te komen maar evengoed vanuit het kind zelf: zijn of haar lijf, emoties, gevoel, denken enz.) raakt het overprikkeld. Dan wordt het lastiger, want je kind wordt steeds drukker en intenser, wordt moe en verliest het overzicht. Al die prikkels kunnen niet langer tijdig verwerkt worden. Er ontstaan opstoppingen en de spanning loopt te hoog op. Teveel overprikkeling kan leiden tot kortsluiting.

Er smeult iets, er lijkt iets door te branden.
Het lukt het kind niet langer om zichzelf goed te houden.
De dingen beginnen hun gewone verhoudingen te verliezen.
Je kind kan het niet meer aan.

Kortsluiting!!

Kortsluiting, ook wel een meltdown genoemd, is er in twee vormen. Namelijk uitbarsten of instorten:

2. meltdown (1)
Een uitbarsting is een ontlading naar buiten, als een explosie. Alles komt er met flinke kracht uit, in woorden en/of fysiek, bijvoorbeeld door anderen te raken of dingen kapot te maken. De emotie hierbij is (ongerichte) woede, als reactie op de te hoge prikkeldruk.

3. meltdown (2)
Een instorting is een ontlading van die spanning naar binnen. Als bij een implosie van een gebouw bezwijkt je kind onder alle stress en frustraties en vaak wordt het negatief naar zichzelf. Bij het instorten is vooral angst de leidende emotie, als direct gevolg van het niet aankunnen van het teveel aan prikkels.

4. shutdown
De vierde toestand die voorkomt is dichtklappen. Ook dit is er een soort kortsluiting: er ontstaat vervreemding, dissociatie, het kind raakt zichzelf kwijt en het contact met zijn of haar gevoel en emoties. Het kind is verdwaald, maar zit vast in een beklemmend onvermogen. Je kind is op deze manier wel verder van de prikkeldruk vandaan, maar de prijs daarvoor is hoog.

Het is verhelderend om te zien dat deze vier kanten voor mensen met autisme 'normaal' zijn, ook al is er maar één aangenaam. Toestand 1 is de 'natuurlijke' situatie, als alles aardig gaat en er niet teveel spanning is. Wanneer prikkels en spanningen toenemen ontstaat steeds meer stress.

Dan volgt een reactie op die stress:
vechten,
vluchten
of verstarren/bevriezen

Toestand 2, uitbarsten, is de autistische vorm van de stressreactie vechten. Toestand 3, instorten is de vorm van vluchten en het dichtklappen, toestand 4, is een uiterste vorm van verstarren, een vrij letterlijk bevriezen.


Natuurlijk is het niet zo dat het kind steeds precies in één van die vier toestanden zitten. Vaak beweegt het zich ergens tussenin. Ook is er geen regelmaat voor deze toestanden. En hoelang iemand in een bepaalde toestand zitten kan ook heel verschillend zijn. Sommige kinderen zitten best vaak in toestand 1, maar andere kinderen ervaren bijna nooit dat het goed gaat en hebben veel meer te kampen met die andere toestanden. Weer anderen storten nooit in maar hebben wel veel uitbarstingen. Of men klapt bijvoorbeeld snel dicht en blijft dan lang in zichzelf gekeerd, bevroren.

Terug naar 'up'
Het is mooi als je je kind kan helpen weer naar toestand 1 toe te bewegen, als er niet teveel prikkels meer zijn en hij of zij kan uitrusten en herstellen. Maar het kan ook zo zijn dat er teveel gebeurd is, de omstandigheden niet voldoende gunstig zijn of dat er blijvende oorzaken van stress en prikkeling zijn, waardoor je kind schijnbaar nooit uit de overprikkeling komt. Dan is pas op de plaats geboden, want een kind wat continue overprikkeld is, heeft geen fijn leven. En zijn of haar omgeving evenmin.

Als je je de overprikkelingstheorie eigen maakt, heb je al veel gewonnen. Dan weet je dat je kind op het moment van overprikkeling minder goed in staat is om helder te denken en te relativeren. Je kind is op zo'n moment als het ware ontoerekeningsvatbaar. Door dit te weten kun je ervoor kiezen om 'pauze' te nemen voor je kind. Er is tijd nodig om de overprikkeling te laten oplossen. Dit kan soms letterlijk betekenen dat je kind een dagje thuis blijft, even niet gaat spelen of zelfs niet naar een feestje gaat. Jij bepaalt dat, eventueel samen met je kind. Je kind kan in zijn of haar overprikkelde toestand niet zelf bepalen hoe het terug komt in toestand 1, maar zal mogelijk voor nóg meer prikkels kiezen. Met alle gevolgen van dien.

Het op deze manier omgaan met je kind en zijn of haar wisselende stemmingen als gevolg van prikkelverwerking, heeft alles met 'bewust ouderschap' te maken. Een term die steeds vaker in de media verschijnt. Mijns inziens onmisbaar voor de opvoeding van kinderen met autisme.

raakt je rug de muur
sluit de nacht je in
kun je nergens heen
dan er tegenin

je draagt het niet alleen, alleen



Liefs van Henny



* geldt ook voor volwassenen met autisme



Geen opmerkingen:

Een reactie posten